![]()
Wij accepteren niet dat er kinderen op onze
school worden gepest. Dat betekent dat we elke vorm van pesten heel serieus
aanpakken. Wij doen er alles aan om het pesten te voorkomen. Een belangrijk
instrument hierbij is het programma van de Vreedzame School. Wij leren kinderen
inzicht krijgen in het ontstaan, voorkomen en oplossen van conflicten. We
streven naar een goed pedagogisch klimaat, waar kinderen zich veilig en geborgen
voelen. Er zijn duidelijke omgangsregels en afspraken. In de eerste week van elk
schooljaar ondertekenen de kinderen van de midden- en bovenbouw een
pestprotocol, waarin duidelijk wordt aangegeven, dat pesten niet wordt
geaccepteerd. Eenmaal per jaar organiseren we voor ouders een informatieavond
over pesten.
Signaleren
Pesten gebeurt meestal niet in het zicht van de volwassenen. Het signaleren van pestgedrag kan in sommige gevallen heel moeilijk zijn. Hulpmiddelen zijn de veiligheidsthermometer van de Vreedzame School en de Pesttest van het VOO. Belangrijk in het signaleren van pesten is het melden van pestgedrag door het slachtoffer zelf, medeleerlingen, collega’s en ouders
Zodra wij signaleren dat kinderen worden gepest hanteren wij een duidelijke aanpak. Geïnteresseerden kunnen op school het uitgebreide pestprotocol lezen. Hieronder volgt in grote lijnen onze aanpak met betrekking tot pesten.
De vijfsporenaanpak
Wij willen bij de aanpak van pesten op school uitgaan van de zogenaamde vijfsporenaanpak. Deze bestaat uit:
hulp aan het gepeste kind
hulp aan de pester
hulp aan de zwijgende middengroep
hulp aan de leerkracht
hulp aan de ouders
Stappen van aanpak
1. Stelling nemen
Op het moment dat pestgedrag wordt gesignaleerd neemt de leerkracht duidelijk stelling: pesten wordt niet geaccepteerd! Vervolgens probeert hij zicht te krijgen op het pestgedrag. In welke mate komt het voor? Wat was de oorzaak? Wie zijn er bij betrokken.
2. Gesprek no-blame-methode
Een stapje te ver gaan of te weinig rekening houden met een ander, is iets dat bij het opgroeien hoort. Kinderen experimenteren nu eenmaal met hun relaties en zijn op zoek naar de grenzen. Soms gaan zij dan (onbewust) wel eens te ver. Kinderen moeten ook de kans krijgen hun fout te herstellen en het goed te maken. In een gesprek kan excuus worden aangeboden en het conflict worden uitgesproken.
3. Mediation
Bij mediation bemiddelen leerlingen in en conflict tussen medeleerlingen onderling. De leerlingen zijn hiervoor getraind en hebben het vertrouwen van hun medeleerlingen. Mediation, het oplossen van conflicten en zoeken naar een Win-Win oplossing is een wezenlijk onderdeel van de Vreedzame School.
4. Een aantal probleemoplossende gesprekken (conflicthantering)
Indien het ongewenste gedrag niet stopt, of er sprake is van een ernstig geval kan de leerkracht een gesprek met betrokken kinderen aangaan volgens de methode beschreven in het protocol: Conflicthantering. Dit is een gespreksvorm waar de leerkracht alle tijd voor neemt. Meestal vindt dit gesprek plaats op een gepland moment, zodat de leerkracht hiervoor vrijgeroosterd kan worden en alle tijd voor het gesprek kan nemen.
5. Informeren ouders
Het moment van informeren van ouders hangt af van de ernst van de zaak. We vinden dat kinderen ook een kans op herstel verdienen. Het kan echter zijn, dat we de ouders alleen informeren en op de hoogte brengen over bepaalde afspraken die op school zijn gemaakt. Dit gebeurt zowel voor de ouders van de pesters als gepesten. Pesten is nu eenmaal niet te accepteren en kan alleen effectief worden aangepakt als er door alle betrokkenen medewerking wordt verleend.
6. Gesprek met ouders
In ernstige gevallen is het nodig om de hulp van de betrokken ouders in te schakelen om het pestgedrag te stoppen. In dit geval worden de ouders van de pesters en de gepeste(n) voor een gesprek op school uitgenodigd.
7. Schoolcontactpersoon
Ook de schoolcontactpersoon kan worden ingeschakeld. Dat kan door de leerling(en) zelf maar ook door de leerkracht. De schoolcontactpersoon kan zijn/haar ervaring en deskundigheid inzetten om een mogelijke oplossing van het pestgedrag te bewerkstelligen.
8. Professionele hulp inschakelen
Als het pestgedrag blijft voortduren wordt hulp van buitenaf ingeschakeld voor sociale vaardigheidstraining. Dit kan door de SBD, bureau Jeugdzorg of RIAGG. Ouders dienen hiervoor, toestemming te geven.
9. Schorsing
Blijft de pester volharden in zijn gedrag, dan kan worden overgegaan tot schorsing, eventueel gevolgd door verwijdering van school.
Adviezen van de school aan ouders van pesters:
Neem het probleem serieus. Raak niet in paniek: elk kind loopt de kans een pester te worden;
Praat met het kind om achter de mogelijke oorzaken te komen;
Maak het kind gevoelig voor wat het anderen aandoet;
Besteed aandacht aan het kind;
Stimuleer het kind tot het beoefenen van een sport om eventuele agressie vreedzaam kwijt te kunnen;
Laat het kind deelnemen aan een Sociale Vaardigheidstraining;
Schakel eventueel deskundige hulp in.
Adviezen van de school aan ouders van gepeste kinderen:
Bespreek het probleem met de betrokken leraar;
Steun het kind in de gedachte dat er een eind aan het pesten komt;
Lees samen met het kind literatuur over pesten op school. Vraag om literatuurlijst of suggesties op school;
Help het kind zijn/haar zelfrespect terug te krijgen;
Stimuleer het kind tot het beoefenen van een sport;
Blijf in gesprek met het kind;
Laat het kind opschrijven wat het meemaakt;
Laat het kind deelnemen aan een Sociale Vaardigheidstraining;
Schakel eventueel deskundige hulp in.
Adviezen van de school aan alle ouders:
Neem het probleem serieus: het kan ieder kind overkomen;
Neem de ouders van het pestende kind serieus;
Neem de ouders van het gepeste kind serieus;
Praat met het kind over school, over de relaties op school. Vraag uw kind zo nu en dan of er in de klas iemand wordt gepest;
Koppel informatie van het kind terug naar school: wie wordt er gepest, wie pest er, wat gebeurt er dan, waar en wanneer gebeurt het dan;
Corrigeer uw kind als het voortdurend anderen buitensluit of pest;
Geef als ouder het goede voorbeeld, wees niet neerbuigend of respectloos ten opzichte van anderen;
Leer het kind voor anderen op te komen.